categorie | inspiratie

De lege kerk


Aan het einde van Noord-Holland, waar Waddenzee land ontmoet ligt de romaanse Oosterlanderkerk. Ooit baken vanaf zee en heilige plaats, sinds 1969 ook vernieuwend thuis voor levensvragen en inspirerend cultureel podium. Liefhebbers van concerten, exposities en het vrije podium vinden hier een bijzonder programma dat uitnodigt om mee te doen, te creëren of gewoon te genieten.  

Zin in Oosterland laat zich vertalen als een uitgestoken hand, hand om mee te doen, hand om aan te pakken, hand om vast te houden, hand om mee samen te werken, hand van veelvormigheid en hand van scheppen.

In deze tijd waarin we vanwege het coronavirus letterlijk afstand moeten houden, reikt Zin in Oosterland je vanaf vrijdag 10 april wekelijks op vrijdag een tekst, muziek, kunstwerk en/of beeld aan. Een uitgestoken hand vanuit de lege kerk, naar iedereen die zich met deze plek verbonden voelt en er op adem wil komen. Kijk, luister, ervaar wat deze plek, ook op afstand, je te bieden heeft. Wees welkom, ook nu.








Week 32 /  2020


Pleisterplaats (V)



In de lege kerk
Steek ik een kaars aan.
Levend licht danst in de ruimte.
Voor wie?

Namen buitelen door mijn hoofd
Dode geliefden lopen rond,
Staan stil bij de kaars,
Kijken me aan

Ze krijgen gezelschap 
Van levenden die in mijn hart wonen
En daar nooit meer vertrekken

Levend dansend licht in de lege kerk
Vertelt wie mij omringt
En dat ik niet alleen ben

Pleisterplaats voor het hart

 



Credits: Gedicht: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland

De volgende post verschijnt op vrijdag 21 augustus








Week 31 /  2020


Pleisterplaats (IV)


Op zoek naar pleisterplaats een gedicht. Wat gun ik jou en mij zulke momenten: pleisterplaats voor de ziel



Zo'n gelukkige dag,
De mist was vroeg gezakt, ik werkte in de tuin.
De kolibries stonden stil boven de bloeiende kamperfoelie.
Er was geen ding op aarde dat ik zou willen hebben.
Ik kende niemand die het benijden waard was.
Wat aan kwaad was geschied, had ik vergeten.
Ik schaamde mij niet bij de gedachte dat ik was wie ik ben.
Ik voelde nergens in mijn lichaam pijn.
Toen ik mij oprichtte, zag ik de blauwe zee en zeilen.

 


Credits: Gedicht: Czeslaw Milosz
Beeld: ZininOosterland
 



Week 30 /  2020

Pleisterplaats (III)


Ergens onderweg heb je plekken nodig, waar je even kunt stoppen
Om uit te rusten en op adem te komen, om daarna weer verder te gaan.
Zo’n plek noem je een pleisterplaats.
Je vindt ze in vele gedaanten, letterlijk en figuurlijk.
Een plek in de schaduw of juist in het licht,
Een cafeetje met verse koffie of een koud drankje dat je dorst lest,
Een kerk waar je ziel tot rust komt,
Regels uit een boek, een lied,
Een mens bij wie je even mag schuilen
Een kunstwerk dat zegt waar je geen woorden voor hebt.
De komende weken reizen we langs pleisterplaatsen
Op zoek naar schoonheid en troost.

 

Trekvogels 


Altijd onderweg
Van noord naar zuid
Of omgekeerd

Zoekend naar voedsel
Houvast
Een plek om te schuilen

Altijd onderweg
Bijna te moe om te vliegen soms
Maar we houden vol

Trekvogels
Jij en ik

Altijd onderweg
Naar pleisterplaats

Naar huis




Credits:
Tekst: Karen Hagg
Beeld: 'Trekvogels' Remco Zwart
 





Week 29 /  2020
 

Pleisterplaats (II)


Ergens onderweg heb je plekken nodig, waar je even kunt stoppen
Om uit te rusten en op adem te komen, om daarna weer verder te gaan.
Zo’n plek noem je een pleisterplaats.
Je vindt ze in vele gedaanten, letterlijk en figuurlijk.
Een plek in de schaduw of juist in het licht,
Een cafeetje met verse koffie of een koud drankje dat je dorst lest,
Een kerk waar je ziel tot rust komt,
Regels uit een boek, een lied,
Een mens bij wie je even mag schuilen
Een kunstwerk dat zegt waar je geen woorden voor hebt.
De komende weken reizen we langs pleisterplaatsen
Op zoek naar schoonheid en troost.


Ergens op reis -
avondwandeling met schaduw
Deuren van een kerk die open staan

Binnen desinfectieflesjes aan oude muren,
Zomaar boven grote schelp, symbool van pelgrimsreis
Beelden van vroeger en vandaag raken elkaar

Banken vol rode kruizen, lege plek in het midden.
Hier mag je zitten, fluistert de bank
En voorzichtig zit ik en kijk

Pracht en praal voorin bij het altaar
Wit en goud dat er blinkt 
Madonna en gekruisigde vertrouwde twee-eenheid

Achterin boven mij het stemmen van het orgel.
Steeds één toon die aanhoudt, gevolgd door een ander.
Stem in een taal die ik niet ken geeft de toon aan.

In de schemer zit ik, kijk, luister, klank omarmt mij,
dierbaren van voorbij omringen mij,
wereld buiten vervaagt en zwijgt

Dan gebeurt waar ik op wacht, hoop
Het stemmen is voorbij, het orgel klinkt voluit
Muziek van boven valt me toe

Even klopt alles,
Even is alles goed
Zomaar ergens op reis 




Credits: Tekst en beeld: Karen Hagg

 







Week 28 /  2020
 

Pleisterplaats (I)


Onderweg van nergens naar ooit
Verlangen we naar een plek
Waar je welkom bent

Deur die open staat
Stem die zegt: hee, ben je daar
Hand die uitnodigend open gaat

Onderweg van nergens naar ooit
Verlangen we naar een plek
Die lijkt op vroeger

Die lijkt op dat ene moment
Dat je valt en je knie kapot is
En je huilend naar huis rent

En dat er dan een lief iemand is
Die een pleister plakt 
En teder een kusje geeft op de zere plek

Onderweg van nergens naar ooit
Verlangen we naar een plek
Die pleisterplaats heet

Waar jij en ik welkom zijn
Kusjes krijgen op onze zere plekken-
eindelijk thuis

 


Credits: Teksten: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland
 

 



Week 27 /  2020


In 2020 zou beeldend kunstenaar Jan Grotenbreg exposeren in Oosterland. Vanwege de coronamaatregelen werd de expositie afgelast. Voor de lege kerk stuurde hij ons een aantal schilderijen ter inspiratie. Schilderijen die, zoals hij schrijft, associaties oproepen t.a.v deze coronatijd, waarin vervreemding, afgesloten zijn en onzekerheid een belangrijke rol spelen, maar ook kunnen leiden tot inkeer, zelfonderzoek, bewustzijnsverruimend en meditatie. De interpretatie laat hij graag aan de toeschouwer over. Wij kozen voor deze week het schilderij van de ibis. Jan Grotenbreg zegt daarover: een recent schilderij in deze tijd geschilderd, waarbij de ibis steeds witter werd, enigszins dreigend door de zwarte snavel en onverwacht vanuit de wolken tevoorschijn komt.
 


Ibis


Vanuit het niets doemt donker op
Wit gaat op in wit
Alles kabbelt, stroomt
Tot zwart verschijnt,
Dood en verderf zaait 
En ons verbijsterd achterlaat

Of is het omgekeerd?
Dat achter zwart dat angst aanjaagt
Altijd nog wit schuilgaat,
Horizon van licht,
Einder van liefde,
Jouw hand in de mijne

Ibis,
Leer mij kleur bekennen.





Credits: Tekst: Karen Hagg
Beeld: 'Ibis' van Jan Grotenbreg, Amsterdam 2020

(De grote overzichtsexpositie van Jan Grotenbreg in Oosterland die deze zomer zou plaatsvinden
wordt verplaatst naar zomer 2021)

 
 



Week 26 /  2020


Leven in tijden van Corona (IV)


We mogen weer meer naar buiten en tegelijk is ons leven nog verre van normaal. We kunnen meer samen zijn en tegelijk zijn we nog steeds meer dan ooit op onszelf teruggeworpen. Hoe hou je dat vol? Welke keuzes maak je? Wat of wie is nu voor jou van waarde? Wat mis je? Wat vind je? Wie of wat doet er nu toe en geeft zin aan je bestaan? De komende weken maken we ruimte om stil te staan bij de vragen die deze tijd oproept en de nieuwe inzichten die ons juist nu toevallen. 
 


Huidheimwee (II)


Weet je wat me troost?
Dat jij, dat ik, dat wij niet de eersten,
niet de enigen zijn die verlangen naar iemand die je echt ziet,
je raakt en aanraakt.
Eeuwenoud is ons huidheimwee.
Eeuwenoud de liedjes van verlangen die we
in onszelf zingen, fluisteren.
Hoogliedjes van verlangen die aan komen waaien van ver,
uit bijbelse tijden, een ander land, een andere tijd.
Herdicht in woorden van vandaag.



Je zoenen zijn zoeter dan
zoeter dan honing en ik vind je
mooier en liever, liever
en aardiger nog dan de koning.
We gaan samen liggen
een eind hier vandaan
we maken van takken
van takken en blaadjes
een vloer en een dak,
dat was onze woning,
of ik was het tuintje
en jij was de tent
daar gingen wij wonen
en blijven en horen
o rep je mijn liefje
ik heb je zo graag
nu of nooit samen slapen
want we zijn er
alleen maar vandaag.

 


Credits: Tekst inleiding:  Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland
Gedicht:
Judith Herzberg (Bewerking van het Hooglied, 1971)

 



Week 25 /  2020


Leven in tijden van Corona (III)


We mogen weer meer naar buiten en tegelijk is ons leven nog verre van normaal. We kunnen meer samen zijn en tegelijk zijn we nog steeds meer dan ooit op onszelf teruggeworpen. Hoe hou je dat vol? Welke keuzes maak je? Wat of wie is nu voor jou van waarde? Wat mis je? Wat vind je? Wie of wat doet er nu toe en geeft zin aan je bestaan? De komende weken maken we ruimte om stil te staan bij de vragen die deze tijd oproept en de nieuwe inzichten die ons juist nu toevallen. 
 


Huidhonger:
een woord dat rondzingt in deze tijden van corona.
Iedereen weet wel ongeveer wat het betekent:
honger naar huid, aanraking, de nabijheid van een warm lief mens.
Wie het woord ooit bedacht heeft? Geen idee.
Bestaat er ook een ander woord voor?
Een woord dat wordt geboren in je hart en naar buiten wil?
Wie weet...
 


Ze noemen het huidhonger.
Ik noem het heimwee.
Heimwee naar huid.
Heimwee naar een simpele handdruk,
een omhelzing,
een aai over je bol,
een arm om je schouder als je huilt.
Heimwee naar hand zonder bijbedoeling,
net zo vanzelfsprekend als je een kat aait.
Heimwee naar vroeger,
toen we niet met een boog om elkaar heen liepen,
toen we elkaar letterlijk een handje konden helpen,
toen je alleen kon zijn
en toch aangeraakt werd zonder gêne
door een collega, vriend of vriendin, een buurvrouw of…
Zomaar aangeraakt: taal zonder woorden,
hartelijkheid in huid gevat.
Heimwee heb ik,
huidheimwee.

 


Credits: Tekst: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland
Lyrics: Christina Rosetti (1830-1894)

 



Week 24 /  2020


Leven in tijden van Corona (II)


We mogen weer meer naar buiten en tegelijk is ons leven nog verre van normaal. We kunnen meer samen zijn en tegelijk zijn we nog steeds meer dan ooit op onszelf teruggeworpen. Hoe hou je dat vol? Welke keuzes maak je? Wat of wie is nu voor jou van waarde? Wat mis je? Wat vind je? Wie of wat doet er nu toe en geeft zin aan je bestaan? De komende weken maken we ruimte om stil te staan bij de vragen die deze tijd oproept en de nieuwe inzichten die ons juist nu toevallen. 
 


Thuis
Is thuis nu een veilige plek,
of komen de muren op je af?
Is thuis schuilplaats, rustplaats, of juist niet?
Waar ben je echt thuis en met wie? 
Is thuis een plek, of een gevoel? Ben je er al of ben je op zoek?
Voor onderweg dit gedicht:

 


Thuis


Alsof je een plek bereikt.
Om je heen kijkt en weet
dat je thuis bent.

Een weiland, vergeten
langs duinen en bosrand,
iemand buigt tussen jou
en een feest - op zoek
naar de wijn, een gezicht
wordt zijn eerste woorden,
wat geschreven werd voor jou
door een nooit gevoelde hand.

Alsof je dit al kende
voor je het zag. Er geweest was
voor je er zou komen.

Zo thuis

 


Credits: Gedicht: Kees Spiering
Beeld: ZininOosterland

 



 



Week 23 /  2020


Leven in tijden van Corona (I)


We mogen weer meer naar buiten en tegelijk is ons leven nog verre van normaal. We kunnen meer samen zijn en tegelijk zijn we nog steeds meer dan ooit op onszelf teruggeworpen. Hoe hou je dat vol? Welke keuzes maak je? Wat of wie is nu voor jou van waarde? Wat mis je? Wat vind je? Wie of wat doet er nu toe en geeft zin aan je bestaan? De komende weken maken we ruimte om stil te staan bij de vragen die deze tijd oproept en de nieuwe inzichten die ons juist toevallen. 


Verhalen van 'gewoon maar thuis'


Nu onze omgeving zo plots is stilgevallen, rijst bij velen het besef hoezeer deze omgeving impact heeft op wie we zijn, hoe we ons voelen, en vallen wij noodgedwongen ook stil. Je verandert plots als mens. Wat het ons misschien leert is, dat het bijzondere, het avontuurlijke niet altijd elders te vinden is, maar dat schoonheid ook juist in de verstilling zit. In het lokale, in het nabije. Ons leven is normaal gesproken zo vol van activiteiten dat we hier nauwelijks tijd voor hebben om bij stil te staan. En nu, noodgedwongen alles stilstaat is het de uitdaging om te zien dat het avontuur ook dichtbij kan zijn. 

Het zit in onze tijd en cultuur om alles altijd maar vloeibaar te maken. Om maar de hele tijd in beweging te zijn. Om flexibel van het een naar het ander over te stappen. We zijn flexibel in relaties, flexibel in werk, flexibel in opleiding. Dat is eigen aan onze tijd. Dat levert veel op maar je verliest er ook mee. Je verliest de langere duur. Je verliest om te ervaren wat het is om langdurig in dezelfde buurt te wonen. Als je iets lang doet, ontstaan er dingen die niet ontstaan in korte perioden. Als je dertig jaar in een buurt woont, dan heb je kinderen zien opgroeien. Dan zijn er relaties met buren opgebouwd waarin je weet dat zij elkaar zullen helpen wanneer de nood aan de man is. Die verbondenheid, die echt te maken heeft met duur en stabiliteit, die verdwijnt als alles flexibel en kortstondig is.

Een leven is beperkt, is begrensd. Dromen van verre reizen naar Afrika, of Azië, terwijl je diep van binnen weet dat dat waarschijnlijk nooit gaat gebeuren. En is dat erg? De grote betekenis van het leven zit niet in het reizen. De betekenis zit veel meer in goede verhalen vertellen. Maar het zit heel erg in onze cultuur te denken dat je alleen maar goede verhalen kunt vertellen als je de hele wereld afgereisd hebt. Maar je kunt ook, door alleen maar op de hoek van je straat of in je tuin te staan, héle goede verhalen vertellen. Deze kunst, om elkaar verhalen te vertellen over wat het is om ’gewoon maar thuis’ te zijn, hebben we elkaar helaas niet erg eigen gemaakt. En het kan best zijn dat dat nét zoveel avontuur oplevert, en net zoveel goede verhalen als wanneer je de hele wereld afreist…

 


Credits: Tekst: n.a.v. een interview met Marli Huijer
Beeld: ZininOosterland

 

 




Week 22 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen? (IV)


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 

Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”


 

Kun je misschien iets liefs zeggen? 
Van ver of dichtbij wandelen deze woorden
op een dag je leven binnen.
Onontkoombaar.
Kijk ze daar zitten tegenover jou.
Woorden met ogen die je blijven aankijken,
wachtend op je antwoord.
Ook als ze nooit eerder op bezoek kwamen,
zijn ze altijd al tussen de regels door
bij je geweest.

Na een ruzie
Na een trap op een ziel
Na verpletterend nieuws
Na doodse stilte
Na ontelbare momenten
Die alleen jij kent.

Kun je misschien iets liefs zeggen?
Of je nu wilt of niet, 
vragend zullen deze woorden je blijven aankijken
tot diep in jou
antwoord geboren wordt.

 


Credits: Tekst: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland








Week 21 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen? (III)


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 

Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”


Wij vroegen ds. Carel ter Linden om een tekst bij dit thema en zijn blij met zijn bijdrage:

"Uw prachtige kerk, zo onverwacht groot en hoog in het landschap, staat nog op mijn netvlies. Ooit mocht ik er gedichten voordragen, samen met een pianiste, die muziek had gekozen als een klankvolle illustratie bij de tekst. En nu mag ik weer even in uw midden zijn, gevraagd om een woord van bemoediging. Een lief woord in een nog onbegrensde tijd die niet lief voor ons is. Na enig denken koos ik voor dit gedicht, dat ik eigenlijk nooit voorlees, omdat het me voor zo’n samenzijn iets te persoonlijk lijkt. Maar misschien hebben we juist aan dat persoonlijke nu meer dan ooit behoefte. Misschien is het niet eens een echt gedicht, maar het is ook iets meer dan een kort verhaal. Het was de eerste maal dat we na de dood van mijn vrouw met mijn kinderen niet thuis kerstmis vierden, maar in het appartement van mijn nieuwe partner, waarheen ik inmiddels na een paar jaar was verhuisd. Soms doe ik een paar maanden over een gedicht, dit schreef ik ’s nachts in een kwartier. Ik koos dit gedicht, omdat verdriet daarin niet het laatste woord heeft."  

Carel ter Linden 


Schreeuw


Ik moet het een keer opschrijven al herinner ik het me 
als de dag van gisteren hoe mijn zoon zeven jaar geleden
van de van zilver en kristal flonkerende kersttafel wegliep
en de deur uitvloog 
dat wil zeggen ik zag dat eerst helemaal niet
maar ineens was daar een godvergeten schreeuwen
ergens in het trappenhuis van ons flatgebouw
het huilen van een wolf al zitten die daar niet dagelijks
en nu zie ik het
een stoel is leeg
nee twee stoelen
Ernst is weg
en zijn Caroline ook 
het is Ernst verdomme 
het moet Ernst zijn daar in het trappenhuis en hij brult en loeit
en ik ja natuurlijk ik sta op en schiet naar de deur de hal in
en daar zes treden lager daar zit hij op de stenen vloer 
en hij snikt met lange halen 
Caroline naast hem met een arm om hem heen
en ik zak naast hem aan de andere kant 
ik sla een verlegen arm om zijn stoere lijf 
en door alle schokken heen zegt hij stottert hij 
pap je kunt er niks aan doen maar ik mis mamma zo
het is allemaal zo anders nu
het is allemaal zo lief zo lief bedoeld hartstikke lief allemaal
en jullie hebben zo je best gedaan en het is ook niet om Tineke
we mogen ons in onze handen knijpen dat we Tineke hebben
maar alles is weg mamma is weg ons huis is weg 
en nu zitten we hier 
maar ik kon het niet meer houden  
het ging niet meer maar laten we maar teruggaan 
het zal wel weer gaan maar het is zo oneerlijk zo oneerlijk 
die rotziekte 
godvergeten klote is het 
maar het gaat nu wel weer dank je pap

is het al half één Caroline
dan moeten we inderdaad naar huis 
maar ik wou nog even zeggen Tineke 
dat het heerlijk was vanavond
 




Credits: Tekst: Carel ter Linden
(
uit ‘Om een zin’, Arbeiderspers 2008)
Beeld: ZininOosterland





Week 20 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen? (II)


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 

Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”



Elke dag komt hij.
Elke dag komt hij met zijn trompet
en speelt.
Speelt de longen uit zijn lijf voor haar.
De vrouw, die hij bemint.
De vrouw die hij met hart en ziel bemint en met wie hij niet meer samenleeft.
Niet uit vrije wil. O, nee.
Omdat Alzheimer gaten maakt in haar brein,
daarom.
Elke dag komt hij naar het verpleeghuis waar zij woont en speelt voor haar.
Liefdesliedjes speelt hij.
“Can’t help falling in love”, speelt hij.
Met elke noot die hij speelt vraagt hij:
Kun je misschien iets liefs zeggen?
Vanachter het raam kijkt zij toe, met soms een vage glimlach.
Kun je misschien iets liefs zeggen?
Zijn trompet zingt dit refrein, dag in dag uit.

 


Credits: Tekst: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland
Muziek: Qiyuan Zhou (Keonjoe)
 


Week 19 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen?


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 


Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”



Zo simpel kan het zijn: iets liefs zeggen
Iets liefs zeggen en het valt misschien wel mee
Iets liefs zeggen en je voelt je geborgen
Iets liefs zeggen en je voelt je gehoord
Iets liefs zeggen en je voelt je omhelsd
Iets liefs zeggen en je wordt geraakt
Aangeraakt?
Iets liefs zeggen en je kwetsbaarheid mag er zijn
Iets liefs zeggen en jij beantwoordt mijn vraag
En…
Je vindt iets liefs waarin alles ligt besloten…
Toe, zeg iets liefs tegen mij?

 






Credits: Tekst: Petra Roorda , 2020)
Beeld: ZininOosterland
 



Week 18 /  2020


De vrijheid kwam in het voorjaar


de vrijheid kwam in het voorjaar
de vrijheid komt in het voorjaar
kijk maar we vieren haar

ze kwam kapot en in tranen
ze had oorlog onder de leden
je kon niet geloven
dat komt ze te boven
haar lauwerkrans was voor doden

maar ze vroeg ons haar door te geven
ik lig in jullie handen, zei ze
wees niet stil, zoals ik niet stil was
denk niet dat het onmogelijk is
denk dat het onmogelijk is, maar doe het

neem me mee
naar waar ik niet ben
neem me mee, zegt ze
laat me leven.

 


Credits: Tekst: Ankie (Johanna Annie) Peypers (Amsterdam, 1928 - 2008)
Beeld: ZininOosterland

 





Week 17 /  2020


Eb

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

 


Credits: Tekst: Vasalis (1909-1998) Beeld: ZininOosterland

 



Week 16 /  2020


In den beginne

Een stille plek waar heel soms de deuren opengingen voor een dienst.
Het was hier nog zo leeg. Nee, niet echt leeg, maar stil.
Er was nauwelijks kleur. Grauwe tuf en oker.
De banken houtgeschilderd.
Michael keek nog niet vanuit de koepel op ons neer. 
Je kon de toren beklimmen, hij trok als een schoorsteen.
Met lange ladders klom je van de ene naar de andere vloer. 
Voorzichtig, overal gaten. En sommige sporten waren aangevreten door de houtworm.
Die moest je overslaan.
De kerkmuren wat uitgeslagen. Vochtig. Klam.

Het orgel stond boven op het balkon.
Er was geen koor, geen crypte. 
Er was een muur aan de oostkant met drie ramen en daaronder de preekstoel.
Links en rechts de koorbanken met een dakje erboven.
Er waren koorhekken waarop we kaarsen konden zetten.
Het tochtte zo erg dat ze altijd schuin afbrandden.
Grote hoge ramen, het was lichter.

Het middenvak vol met Thonetstoelen die allemaal een nummer hadden.
Die nummers moeten een bedoeling hebben gehad.
Maar wars van orde stonden ze door elkaar.
De vloer onder de stoelen was van hout en ongeveer in het midden stond een kachel.
Een grote grijze kachel met een eindeloze pijp naar boven.
Groot leek hij vooral als koster Simon Hegeman er naast stond. De kleine man en ‘zijn’ kerk.
Als het koud was en er stond wat te doen, begon hij de kachel te stoken een dag of dagen van tevoren.
Soms kwamen de vlammen er even bovenuit. ’s Nachts ging hij kijken of hij niet verviel.
Op z’n klompen liep hij van het huisje bij de dijk door weer en wind. 
Ik vraag me af of hij de deur op slot deed? Waarschijnlijk niet.
Dat kwam pas later, nadat de kandelaars en bijbel gestolen waren. Zomaar overdag.

Zijn vrouw Grietje maakte soep en bakte cake, net niet gaar. Voor ons.
Wat kwam daar veel liefde en vriendelijkheid mee met die pannen. Kritiekloos.
Koster Simon Hegeman telde de mensen in de kerk van over de balkonrand.
“Ik had er…” zei hij dan. Trots. Blij met al die bezoekers.

Onder dit eeuwenoude dak van de Oosterlanderkerk begon het te leven. 
Pas later bedachten we dat het mooi was om deze kerk de Michaelskerk te noemen,
naar de heilige Michael, schutspatroon van de mensen op zee, waaraan deze kerk ooit was gewijd.

Misschien moest het wel zo leeg zijn om zo geïnspireerd te raken?


Credits: Tekst: Annemarie Dekker  |  Beeld: Michaelskerk 1968, archief ZininOosterland



Week 15 | 2020


Lief leeg huis


Al dagen, weken is het stil.
Geen deur die opengaat,
Geen voetstappen, stemmen.
Het orgel zwijgt en jij zwijgt mee.

En toch…

Het is zo stil in jou,
dat er wonderlijk ruimte komt.
Juist nu, juist hier
is het of stemmen van ver aankomen
en hier voor altijd wonen-

Is het of voetstappen helderder dan ooit
klinken en je hun stap van verre herkent-
is het of elke traan en al ons lachen
veiliger bij jou is dan ik ooit had durven dromen.

Lief leeg huis,

Je bent vol leven,
dwars tegen alle feiten in.
Je beeft, je danst, je zingt, je huilt,
je fluistert, wenkt en slaat je armen om ons heen.

Stil maar, zeg je.
Er komen weer andere tijden.
Lichte tijden vol hoop.
Ik weet het zeker, zeg je.

Is het daarom dat mensen al eeuwenlang
zeggen, hopen, geloven
dat jij schuilplaats voor mensen bent?

Lief leeg huis,

Deel je vertrouwen en lef aan ons uit
voor onderweg,
net zolang tot wij jou hier weer ontmoeten.

Beloofd?
 


Credits: Tekst: Karen Hagg  |  Beeld: ZininOosterland