categorie | inspiratie

De lege kerk


Aan het einde van Noord-Holland, waar Waddenzee land ontmoet ligt de romaanse Oosterlanderkerk. Ooit baken vanaf zee en heilige plaats, sinds 1969 ook vernieuwend thuis voor levensvragen en inspirerend cultureel podium. Liefhebbers van concerten, exposities en het vrije podium vinden hier een bijzonder programma dat uitnodigt om mee te doen, te creëren of gewoon te genieten.  

Zin in Oosterland laat zich vertalen als een uitgestoken hand, hand om mee te doen, hand om aan te pakken, hand om vast te houden, hand om mee samen te werken, hand van veelvormigheid en hand van scheppen.

In deze tijd waarin we vanwege het coronavirus letterlijk afstand moeten houden, reikt Zin in Oosterland je vanaf vrijdag 10 april wekelijks op vrijdag een tekst, muziek, kunstwerk en/of beeld aan. Een uitgestoken hand vanuit de lege kerk, naar iedereen die zich met deze plek verbonden voelt en er op adem wil komen. Kijk, luister, ervaar wat deze plek, ook op afstand, je te bieden heeft. Wees welkom, ook nu.

 
 



Week 22 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen? (IV)


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 

Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”


 

Kun je misschien iets liefs zeggen? 
Van ver of dichtbij wandelen deze woorden
op een dag je leven binnen.
Onontkoombaar.
Kijk ze daar zitten tegenover jou.
Woorden met ogen die je blijven aankijken,
wachtend op je antwoord.
Ook als ze nooit eerder op bezoek kwamen,
zijn ze altijd al tussen de regels door
bij je geweest.

Na een ruzie
Na een trap op een ziel
Na verpletterend nieuws
Na doodse stilte
Na ontelbare momenten
Die alleen jij kent.

Kun je misschien iets liefs zeggen?
Of je nu wilt of niet, 
vragend zullen deze woorden je blijven aankijken
tot diep in jou
antwoord geboren wordt.

 


Credits: Tekst: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland








Week 21 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen? (III)


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 

Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”


Wij vroegen ds. Carel ter Linden om een tekst bij dit thema en zijn blij met zijn bijdrage:

"Uw prachtige kerk, zo onverwacht groot en hoog in het landschap, staat nog op mijn netvlies. Ooit mocht ik er gedichten voordragen, samen met een pianiste, die muziek had gekozen als een klankvolle illustratie bij de tekst. En nu mag ik weer even in uw midden zijn, gevraagd om een woord van bemoediging. Een lief woord in een nog onbegrensde tijd die niet lief voor ons is. Na enig denken koos ik voor dit gedicht, dat ik eigenlijk nooit voorlees, omdat het me voor zo’n samenzijn iets te persoonlijk lijkt. Maar misschien hebben we juist aan dat persoonlijke nu meer dan ooit behoefte. Misschien is het niet eens een echt gedicht, maar het is ook iets meer dan een kort verhaal. Het was de eerste maal dat we na de dood van mijn vrouw met mijn kinderen niet thuis kerstmis vierden, maar in het appartement van mijn nieuwe partner, waarheen ik inmiddels na een paar jaar was verhuisd. Soms doe ik een paar maanden over een gedicht, dit schreef ik ’s nachts in een kwartier. Ik koos dit gedicht, omdat verdriet daarin niet het laatste woord heeft."  

Carel ter Linden 


Schreeuw


Ik moet het een keer opschrijven al herinner ik het me 
als de dag van gisteren hoe mijn zoon zeven jaar geleden
van de van zilver en kristal flonkerende kersttafel wegliep
en de deur uitvloog 
dat wil zeggen ik zag dat eerst helemaal niet
maar ineens was daar een godvergeten schreeuwen
ergens in het trappenhuis van ons flatgebouw
het huilen van een wolf al zitten die daar niet dagelijks
en nu zie ik het
een stoel is leeg
nee twee stoelen
Ernst is weg
en zijn Caroline ook 
het is Ernst verdomme 
het moet Ernst zijn daar in het trappenhuis en hij brult en loeit
en ik ja natuurlijk ik sta op en schiet naar de deur de hal in
en daar zes treden lager daar zit hij op de stenen vloer 
en hij snikt met lange halen 
Caroline naast hem met een arm om hem heen
en ik zak naast hem aan de andere kant 
ik sla een verlegen arm om zijn stoere lijf 
en door alle schokken heen zegt hij stottert hij 
pap je kunt er niks aan doen maar ik mis mamma zo
het is allemaal zo anders nu
het is allemaal zo lief zo lief bedoeld hartstikke lief allemaal
en jullie hebben zo je best gedaan en het is ook niet om Tineke
we mogen ons in onze handen knijpen dat we Tineke hebben
maar alles is weg mamma is weg ons huis is weg 
en nu zitten we hier 
maar ik kon het niet meer houden  
het ging niet meer maar laten we maar teruggaan 
het zal wel weer gaan maar het is zo oneerlijk zo oneerlijk 
die rotziekte 
godvergeten klote is het 
maar het gaat nu wel weer dank je pap

is het al half één Caroline
dan moeten we inderdaad naar huis 
maar ik wou nog even zeggen Tineke 
dat het heerlijk was vanavond
 




Credits: Tekst: Carel ter Linden
(
uit ‘Om een zin’, Arbeiderspers 2008)
Beeld: ZininOosterland





Week 20 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen? (II)


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 

Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”



Elke dag komt hij.
Elke dag komt hij met zijn trompet
en speelt.
Speelt de longen uit zijn lijf voor haar.
De vrouw, die hij bemint.
De vrouw die hij met hart en ziel bemint en met wie hij niet meer samenleeft.
Niet uit vrije wil. O, nee.
Omdat Alzheimer gaten maakt in haar brein,
daarom.
Elke dag komt hij naar het verpleeghuis waar zij woont en speelt voor haar.
Liefdesliedjes speelt hij.
“Can’t help falling in love”, speelt hij.
Met elke noot die hij speelt vraagt hij:
Kun je misschien iets liefs zeggen?
Vanachter het raam kijkt zij toe, met soms een vage glimlach.
Kun je misschien iets liefs zeggen?
Zijn trompet zingt dit refrein, dag in dag uit.

 


Credits: Tekst: Karen Hagg
Beeld: ZininOosterland
Muziek: Qiyuan Zhou (Keonjoe)
 


Week 19 /  2020


Kun je misschien iets liefs zeggen?


We werden geinspireerd door deze zin in een column die we tegenkwamen in een krant. 
Een mooie zin die ons als thema de komende weken vergezelt vanuit de lege kerk.
 


Onlangs schreef Ilja Leonard Pfeijffer een column in het NRC handelsblad met als titel “Kun je misschien iets liefs zeggen?” Hij verhaalt daarin over Anna die vanuit Genua, waar zij werkt in een schoonheidssalon, naar Sardinië gaat om haar stervende vader te bezoeken. Zij komt te laat. Door de Corona crisis is zij niet in staat terug te reizen naar Genua bovendien heeft zij geen geld meer. Zij vertelt haar bazin aan de telefoon dat zij het liefst zou willen werken, maar ja… Dan zegt zij tegen haar bazin: “Kun je misschien iets liefs zeggen?”



Zo simpel kan het zijn: iets liefs zeggen
Iets liefs zeggen en het valt misschien wel mee
Iets liefs zeggen en je voelt je geborgen
Iets liefs zeggen en je voelt je gehoord
Iets liefs zeggen en je voelt je omhelsd
Iets liefs zeggen en je wordt geraakt
Aangeraakt?
Iets liefs zeggen en je kwetsbaarheid mag er zijn
Iets liefs zeggen en jij beantwoordt mijn vraag
En…
Je vindt iets liefs waarin alles ligt besloten…
Toe, zeg iets liefs tegen mij?

 






Credits: Tekst: Petra Roorda , 2020)
Beeld: ZininOosterland
 



Week 18 /  2020


De vrijheid kwam in het voorjaar


de vrijheid kwam in het voorjaar
de vrijheid komt in het voorjaar
kijk maar we vieren haar

ze kwam kapot en in tranen
ze had oorlog onder de leden
je kon niet geloven
dat komt ze te boven
haar lauwerkrans was voor doden

maar ze vroeg ons haar door te geven
ik lig in jullie handen, zei ze
wees niet stil, zoals ik niet stil was
denk niet dat het onmogelijk is
denk dat het onmogelijk is, maar doe het

neem me mee
naar waar ik niet ben
neem me mee, zegt ze
laat me leven.

 


Credits: Tekst: Ankie (Johanna Annie) Peypers (Amsterdam, 1928 - 2008)
Beeld: ZininOosterland

 





Week 17 /  2020


Eb

Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door 't ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.

Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?

 


Credits: Tekst: Vasalis (1909-1998) Beeld: ZininOosterland

 



Week 16 /  2020


In den beginne

Een stille plek waar heel soms de deuren opengingen voor een dienst.
Het was hier nog zo leeg. Nee, niet echt leeg, maar stil.
Er was nauwelijks kleur. Grauwe tuf en oker.
De banken houtgeschilderd.
Michael keek nog niet vanuit de koepel op ons neer. 
Je kon de toren beklimmen, hij trok als een schoorsteen.
Met lange ladders klom je van de ene naar de andere vloer. 
Voorzichtig, overal gaten. En sommige sporten waren aangevreten door de houtworm.
Die moest je overslaan.
De kerkmuren wat uitgeslagen. Vochtig. Klam.

Het orgel stond boven op het balkon.
Er was geen koor, geen crypte. 
Er was een muur aan de oostkant met drie ramen en daaronder de preekstoel.
Links en rechts de koorbanken met een dakje erboven.
Er waren koorhekken waarop we kaarsen konden zetten.
Het tochtte zo erg dat ze altijd schuin afbrandden.
Grote hoge ramen, het was lichter.

Het middenvak vol met Thonetstoelen die allemaal een nummer hadden.
Die nummers moeten een bedoeling hebben gehad.
Maar wars van orde stonden ze door elkaar.
De vloer onder de stoelen was van hout en ongeveer in het midden stond een kachel.
Een grote grijze kachel met een eindeloze pijp naar boven.
Groot leek hij vooral als koster Simon Hegeman er naast stond. De kleine man en ‘zijn’ kerk.
Als het koud was en er stond wat te doen, begon hij de kachel te stoken een dag of dagen van tevoren.
Soms kwamen de vlammen er even bovenuit. ’s Nachts ging hij kijken of hij niet verviel.
Op z’n klompen liep hij van het huisje bij de dijk door weer en wind. 
Ik vraag me af of hij de deur op slot deed? Waarschijnlijk niet.
Dat kwam pas later, nadat de kandelaars en bijbel gestolen waren. Zomaar overdag.

Zijn vrouw Grietje maakte soep en bakte cake, net niet gaar. Voor ons.
Wat kwam daar veel liefde en vriendelijkheid mee met die pannen. Kritiekloos.
Koster Simon Hegeman telde de mensen in de kerk van over de balkonrand.
“Ik had er…” zei hij dan. Trots. Blij met al die bezoekers.

Onder dit eeuwenoude dak van de Oosterlanderkerk begon het te leven. 
Pas later bedachten we dat het mooi was om deze kerk de Michaelskerk te noemen,
naar de heilige Michael, schutspatroon van de mensen op zee, waaraan deze kerk ooit was gewijd.

Misschien moest het wel zo leeg zijn om zo geïnspireerd te raken?


Credits: Tekst: Annemarie Dekker  |  Beeld: Michaelskerk 1968, archief ZininOosterland



Week 15 | 2020


Lief leeg huis


Al dagen, weken is het stil.
Geen deur die opengaat,
Geen voetstappen, stemmen.
Het orgel zwijgt en jij zwijgt mee.

En toch…

Het is zo stil in jou,
dat er wonderlijk ruimte komt.
Juist nu, juist hier
is het of stemmen van ver aankomen
en hier voor altijd wonen-

Is het of voetstappen helderder dan ooit
klinken en je hun stap van verre herkent-
is het of elke traan en al ons lachen
veiliger bij jou is dan ik ooit had durven dromen.

Lief leeg huis,

Je bent vol leven,
dwars tegen alle feiten in.
Je beeft, je danst, je zingt, je huilt,
je fluistert, wenkt en slaat je armen om ons heen.

Stil maar, zeg je.
Er komen weer andere tijden.
Lichte tijden vol hoop.
Ik weet het zeker, zeg je.

Is het daarom dat mensen al eeuwenlang
zeggen, hopen, geloven
dat jij schuilplaats voor mensen bent?

Lief leeg huis,

Deel je vertrouwen en lef aan ons uit
voor onderweg,
net zolang tot wij jou hier weer ontmoeten.

Beloofd?
 


Credits: Tekst: Karen Hagg  |  Beeld: ZininOosterland