categorie | monument

orgel

Het Teschemacherorgel van Oosterland
Het orgel van de Michaëlskerk is zo bijzonder omdat het helemaal geen kerkorgel is maar een flink uit de kluiten gewassen kabinetorgel. Het werd gebouwd in 1762 door Jacob Engelbert Teschemacher uit Elberfeld-Wuppertal voor huiselijk gebruik van “…eene aanzienlijke familie”. Waarschijnlijk werd hier Jonkheer van de Poll mee bedoeld, burgemeester van Amsterdam, omdat Jhr. Mr. J.S. van de Poll het orgel uit eigen bezit in 1806 cadeau deed aan de Engelmundeskerk te Velsen. 

In 1902 wilde men in Velsen een groot orkestraal instrument kopen. Het Teschemacherorgel werd gelukkig niet geschikt geacht voor een grootscheepse verbouwing en als gevolg daarvan in het Kerkvoogdijblad te koop aangeboden. Toen men op Wieringen van het aanbod hoorde, reisden enige kerkvoogden van de Hervormde gemeente Oost-Wieringen met organist Cornelis Koorn naar Velsen om het instrument te bezichtigen. Er bleek meer belangstelling voor het orgel te bestaan en ter plekke besloot men tot aankoop. De prijs - 1200 gulden - zorgde nog wel voor enige twijfel, opwinding en discussie: het was een kapitaal voor de arme eilanders! “Hoe zullen na thuiskomst de overige kerkenraadsleden reageren op zo’n onverantwoorde uitgave?”, bedacht men. Maar tijd voor nader overleg was er niet. Op het eiland teruggekeerd volgden enige verhitte discussies binnen de kerkenraad (zóveel geld voor een muziekinstrument?), maar Cornelis hield voet bij stuk: het was dit orgel of géén orgel! Hij won en spoedig werd het vervoer van de nieuwe aanwinst geregeld: met een tjalkje werd het door de dorpstimmerman gedemonteerde orgel over de Zuiderzee naar het eiland Wieringen gebracht. 

De gehele eerste helft van de 20e eeuw stond het orgel min of meer vergeten in de verwaarloosde Michaëlskerk, die voor kerkdiensten maar af en toe in gebruik was. In 1967 komt er weer wat leven rond het instrument door de oprichting van de ‘Orgelwerkgroep Oosterland’. Dan ontstaat ook de wens om tot restauratie van het orgel te komen. In 1974 waren er voldoende middelen voorhanden en werden de windlade en het pijpwerk gerestaureerd door orgelmaker Albert de Graaf uit Leusden. In 1994 nam hij ook de tractuur (mechanische verbinding tussen toetsen en pijpen) onder handen.

Tijdens de restauratie van de kerk (1990-1995) werd de wortelnoten orgelkas gedemonteerd en geheel gerestaureerd in het atelier van meubelrestaurateur Jan Berghuis te Voorschoten. Tijdens een onweersbui sloeg de bliksem in het dak van het atelier en er ontstond brand. Door koelbloedig optreden van Berghuis en zijn buren, bleef het zeldzame orgelmeubel gespaard. Het Teschemacherorgel wordt alom geprezen. In een publicatie van orgeldeskundige Jan Jongepier is het één van de fraaiste en veelzijdigste huisorgels van ons land, zowel uiterlijk als qua klank. Bovendien bleef het zeer compleet bewaard.